Vanmiddag bracht ik samen met mijn zoon een bezoek aan de huisarts. Er moest een wrat worden aangestipt. Een klein medisch moment, maar wel eentje waar kinderen vaak vragen over hebben.
Nog voordat we aan de beurt waren, keek mijn zoon me aan en vroeg:
“Doet dat pijn?”
Het is zo’n vraag waarop we als volwassenen vaak snel antwoord willen geven. We willen geruststellen. We willen spanning wegnemen. We willen voorkomen dat een kind zich zorgen maakt.
Ruimte voor eigen ervaring
Toch koos ik ervoor om iets anders te zeggen.
“Dat voelt voor iedereen anders. Toen ik het zelf liet doen, voelde het alsof er met een koud ijsblokje op de wrat werd gestipt. Ik ben nieuwsgierig hoe het voor jou zal voelen.”
Met die reactie probeerde ik ruimte te laten voor zijn eigen ervaring. Want hoe iets voelt, is nu eenmaal persoonlijk. Wat voor de één vervelend is, merkt een ander nauwelijks op. En andersom.
Een ienieminie washandje..
Toen het aanstippen begon, luisterde ik aandachtig naar wat hij ervoer.
Na een paar seconden zei hij:
“Voor mij voelt het alsof er een splinter in mijn wrat zit.”
Een prachtige omschrijving. Heel anders dan mijn vergelijking met een ijsblokje.
Even later volgde een tweede observatie:
“Nu voelt het alsof er een lauwig koud ieniemienie washandje op de wrat komt.”
Ik moest glimlachen. Niet alleen vanwege de creativiteit van zijn beschrijving, maar ook omdat hij zo nauwkeurig probeerde woorden te geven aan wat hij voelde.
Helpende taal
Het bezoek verliep ontspannen. Er was geen strijd tegen de ervaring en geen poging om gevoelens weg te praten. Er was vooral nieuwsgierigheid.
En juist daarin zit voor mij een waardevolle les.
Wanneer we het kind voorbereiden op pijn, zal er al een stuk spanning ontstaan. Want pijn vermijden we maar wat graag! Tijdens het bezoek zal het kind al gespannen afwachten wat er gebeurt.
Helpende taal laat ruimte aan de ervaring die het kind zal hebben. Je bereidt je kind dus wel voor, maar doet dit door zo weinig mogelijk invulling te geven aan wat het kind zal voelen. Hier laat je ruimte voor de eigen ervaring. Je stelt het kind gerust door te zeggen dat jij erbij bent. Dat biedt veiligheid.
Goedbedoelde opmerkingen
Hoe vaak zeggen we niet:
“Dat valt best mee.”
“Daar hoef je niet bang voor te zijn.”
“Dat doet helemaal geen pijn.”
Allemaal goedbedoelde opmerkingen. Tegelijkertijd kunnen ze ervoor zorgen dat iemand tevoren al spanning op gaat bouwen en mogelijk al gaat twijfelen aan zijn eigen ervaring.
Wanneer we iemand vertellen wat hij of zij zou moeten voelen, beperken we onbedoeld de ruimte voor de eigen beleving. Maar wanneer we nieuwsgierig zijn naar de ervaring van de ander, ontstaat er ruimte voor ontdekking. Dan hoeft een gevoel niet goed of fout te zijn. Het mag er gewoon zijn.
We mogen nog een keer
Over twee weken mogen we terug voor een volgende behandeling. Ik verwacht dat het opnieuw een ontspannen bezoekje wordt.
En eerlijk gezegd ben ik vooral benieuwd naar de volgende vergelijking.
Want als een wrat aanstippen al kan voelen als een splinter of een lauwig koud ieniemienie washandje, dan ben ik nieuwsgierig welke woorden hij de volgende keer zal vinden.
Misschien is dat wel de mooiste opbrengst van vandaag: niet dat de wrat behandeld werd, maar dat er ruimte was om een eigen ervaring te onderzoeken, te verwoorden en te delen. Dat begint vaak met één simpele vraag:
“Ik ben nieuwsgierig. Hoe voelt het voor jou?”
Meer weten over helpende taal bij een ingreep?
Via deze site kun je een prachtige folder downloaden met praktische tips. Een aanrader voor als je kind een medische ingreep moet ondergaan.
